Algemeen

Op deze pagina vind u alle algemene informatie over de Neophema en Neopsephotus soorten. Mocht u nog informatie missen, laat het ons weten zodat we het aan kunnen vullen.

 

Het geslacht Neophema & Neopsephotus

Latijn

Nederlands

Engels

Duits

Frans

Neopsephotus bourki

Bourke parkiet

Bourkes Parrot

Bourkes Sittich

perruche de Bourke

Neophema pulchella

Turquoisine parkiet

Turquoise Parrot

Schon Sittich

perruche Turquoisine

Neophema splendida

Splendid parkiet

Scarlet-chested  Parrot

Glanzs Sittich

perruche Splendide

Neophema elegans

Elegant parkiet

Elegant Parrot

Schmuck Sittich

perruche Elégante

Neophema chrysostoma

Blauwvleugel  parkiet

Bluewinged Parrot

Fein  Sittich

perruche à Bouche d’or

Neophema chrysogaster

Oranjebuik parkiet

Orange-bellied Parrot

Orangebauch Sittich

perruche à Ventre orange

Neophema petrophila

Rots parkiet

Rock Parrot

Klippen Sittich

perruche Pétrophile

Het geslacht Neophema & Neopsephotus en algemene opmerkingen met betrekking tot het geslacht.

  • 7 soorten waarvan de Oranjebuik parkiet een zeer bedreigde soort is.
  • Formaten tussen 23 en 25 cm allen ringmaat 4 mm.
  • Strak bevederd, met afgeronde staart.
  • Vrij goed geslachtsverschil, bij de Elegant, Blauwvleugel, Oranjebuik en Rots parkiet wat minder
  • Duidelijk verschil met jeugdkleed, veel fletser, al wel alle tekeningvormen aanwezig, op de rode borst bij de Splendid na, na 7 maanden volledig op kleur     
  • Biotoop: laag struik gewas, in open grasland
  • Holenbroeder
  • Snelle vliegers, toch ook vrij goede klauteraars
  • Voeding: zaden, granen en vruchten
  • Kunnen goed met niet kromsnavels samen gehouden worden
  • Bourke kan wel met Neophema’s samen, onderling is af te raden.
  • Hybride van Neophema’s zijn onvruchtbaar.
  • Zijn gevoelig voor het paramixo-virus en ornithose (Papegaaienziekte) .
  • Zijn winterhard
  • Splendid parkieten kunnen slecht tegen vocht

ALGEMENE INLEIDING:
De Neophema’s die verspreid over het Australische continent en Tasmanie voorkomen, worden onderverdeeld in zes soorten. De Bourke parkiet is in deze standaard, niet als Neophema, maar als Neopsephotus opgenomen.
De Bourke parkiet is alleen qua grote in formaat en dat de man een blauwe voorhoofdsband bezit, gelijk aan de Neophema’s. De Bourke parkiet is verder geheel afwijkend t.o.v. de Neophema’s, hij is overwegend rood aan de voorzijde, bezit geen groene lichaamskleur, je kunt ze zonder grote problemen bij Neophema’s samen houden, Neophema soorten onderling geven vaal wel problemen, de Bourke parkiet hoor je geluid maken tijdens het vliegen en de gezoomde vleugeltekening is kenmerkend. Toch hebben we gemeend om de Bourke parkiet in deze standaard te doen opnemen, omdat hij al vele jaren tot de Neophema’s gerekend werd en ook in dezelfde groep in het vraagprogramma is ingedeeld.
Ook in land van herkomst, Australië wordt de Bourke parkiet als aparte soort Neopsephotus omschreven.
De zes soorten Neophema’s staan in bovenstaande tabel omschreven, met de Latijnse naam erbij, evenals de Engelse, Duitse en Franse naam hiervoor.
In de loop van de jaren is met uitzondering van de Oranjebuik- en Rots parkiet, in Europa en ook in andere wereld delen, met veel succes met Neophema’s gekweekt.
Het aantal gekweekte vogels in al deze landen is zo groot, als mede de interesse van kwekers, dat het domesticatieproces van dit geslacht het inleidende stadium al te boven is.
Wat nu een overwegende rol in de kweek is gaan spelen zijn de kleurmutaties en eventueel formaat verbetering.
Het zou ook toe te juichen zijn als ook de Oranjebuik- en Rots parkiet in diezelfde mate tot ontwikkeling zouden komen als de overige soorten.
 
We kunnen de Neophema’s in twee groepen verdelen: 
 
Met voorhoofdsband:

  • Elegantparkiet
  • Blauwvleugelparkiet
  • Oranjebuikparkiet
  • Rotsparkiet.
  • Als ook de Bourke parkiet (man) 

 
Met blauw masker:

  • Turquoisineparkiet
  • Splendidparkiet

Hybride kweek:
Hybriden van en met kromsnavel soorten worden niet gevraagd en erkend binnen zowel Vogel- en Parkietenbonden als C.O.M.
Toch zien we regelmatig hybriden van kromsnavels, als ook van Neophema’s.
Bij een aantal nauw verwante soorten bij kromsnavels zijn deze hybriden helaas ook nog vruchtbaar en hier komt de fokzuiverheid mee in gevaar.
Vooral wanneer er mutaties zijn ontstaan, proberen kwekers deze zo van de ene naar de andere soort over te brengen.
Om dan uiterlijk dan optisch een ”zuivere” soort te verkrijgen is men minimaal 5 jaar aan het selecteren, vaak is de praktijk ook nog dat de vruchtbaarheid van deze overbrenging van een kleurslag naar mate van jaren afneemt.
Gelukkig kunnen we vast stellen dat hybride nakweek van Neophema’s niet vruchtbaar gebleken te zijn.
Als dit wel zo zijn geweest dan waren de opaline en donkerfactor van de Turquoisine parkiet over gekweekt naar de Splendid parkiet en net andersom de blauwe en ino factor. Nog een groot nadeel van hybride kweek is dat vooral de poppen uit Turquoisine x Splendid en Elegant- x Blauwvleugel parkiet, voor onervaren liefhebbers moeilijk te herkennen zijn.
Deze kwekers worden dan ontmoedigd wanneer ze na enkele jaren nog steeds geen nakomelingen hebben uit deze hybride pop, die ze voor een zuivere pop hebben aan geschaft. De verschillen van deze hybriden met de wel zuivere vogels, kan U zien bij de keurtechnische aanwijzingen van deze soorten. 

Standaard Neophema’s en Neopsephotus 
 
Dit hoofdstuk is ingedeeld in de volgende paragrafen. 

1. Veerstructuur van de Neophema’s & Neopsephotus. 

2. De fysieke standaard van de Neophema’s en Neopsephotus . 

3. Toelichting. 

4. Mutaties en symbolen. 

5. Kleurvererving. 

6. De mutaties bij de Neophema’s en Neopsephotus. 

7. Beschrijving van de kleurslagen.


1. Veerstructuur van de Neophema’s & Neopsephotus.
Uit vederonderzoek is gebleken, dat zich in de bevedering de volgende kleurstof­fen bevinden:

A. zwart eumelanine 
B. geel psittacine
C. rood psittacine

De baard van de veer is van het structurele type, dus bezit de z.g. blauwstruc­tuur.
Deze gecombi­neerd met het gele psittacine in de cortex geeft de baard haar groene kleur.
De felste kleuren bevinden zich aan de kop, daar is de bevedering het meest intensief.
In de hoorndelen zit alleen maar zwart eumelanine.  
Hieronder vind u een aantal afbeeldingen om het geheel wat te verduidelijken.

Hieronder ziet een een tekening van een doorsnede van een baard van de veer.

 
Zoals u ziet is de cortex geel dit is de gele psittacine.
Eumelaine is zwarte pigment en in de sponzone ook wel bewolkte zone genoemd zit de blauwstructuur
De Vacuolen zijn kleine gaatjes.

De kleur van een vogel wordt bepaalt door wat er in de baard aanwezig is.
Hieronder een kleine uitleg over de weerkaatsing van het licht in de baard.
Hieronder ziet u een schema van de opbouw van de kleuren die er in de baard aanwezig zijn.

1 Pigment Eumelaine genaamd.
2 Blauw structuur in de sponszone.
3 het Effect wat die twee samen geeft.
4 Gele psittacine in de cortex van de baard.
5 De uiteindelijk kleur die we waarnemen door de weerkaatsing van het licht want blauw met geel maakt groen

 

Of wel weerkaatsing van blauwlicht(blauwstructuur) wat zicht mengt met de gele psittacine waar door we groen waarnemen.

2. De fysieke standaard van de Neophema’s en Neopsephotus.

Conditie:
Conditie is een eerste vereiste. Een vogel zonder een goede conditie kan nooit voor een hoge puntenwaardering in aanmerking komen.
De vogel moet een gezonde en levendige indruk geven zonder verminkingen of andere gebreken.
Het oog is helder en het verenkleed dient rein en ongeschonden te zijn en voorzien van een natuurlijke glans.
Formaat:
De lengte van de Neophema’s staat per soort bij de standaard vermeldt.
De staart bepaalt ongeveer 40% van de totale lengte.
Model:
Een ideale Neophema is een volle vogel.
De ruglijn vormt vanuit de nek tot aan de punt van de staart een bijna rechte lijn.
De schouders zijn breed t.o.v. het lichaam
De hals is kort, in een strak vloeiende lijn verlopend met de ronde borst.
Vanaf de aars tot de punt van de staart moet deze lijn weer recht zijn.
Het achterlijf mag niet uitgezakt zijn.
Houding:
Neophema’s nemen de juiste houding aan als de ruglijn van de vogel een hoek van 50 graden met het horizontaal maakt.
De poten zijn fijn en voorzien van vier tenen die de stok zo omklemmen, dat de vogel vrij zit van het hout.
De dijen zijn zichtbaar.
Het type is aangepast aan het formaat, als de juiste stand wordt aangenomen komt dit het type ten goede.
Kop:
De grootte van de kop is in verhouding met het lichaam deze is niet grof maar moet wel passen bij het postuur.
De kop is rond en de schedel iets afgeplat.
De snavelbasis is smal.
De lengteas van de schedel richt zich iets naar beneden waardoor een mooie ooglijn wordt verkregen.
Vrijwel in het centrum van de kop bevind zich aan weerzijden de oogkas.
Poten:
Het loopbeen moet recht zijn, zonder vergroeiingen of verruwing. Twee tenen staan naar voren geplaatst en twee tenen naar achteren. De tenen dienen voorzien te zijn van eenkleurige gelijkmatige gebogen nagels.
Snavel:
De snavel is smal.
De snavel oogt smal, is goed gerond en vormt met de schedel een vloeiend gebogen lijn.
De bovensnavel is een haaksnavel die voorzien is een inkeping.
De punt van de bovensnavel steekt enkele mm over de ondersnavel.
Bij een goed gesloten snavel voegt de ondersnavel zich gedeeltelijk in de bovensnavel.
Bevedering:
De bevedering is compleet, dicht en aaneengesloten.
Elke veer is vrijwel gelijk aan de naastliggende.
De vleugels, tamelijk kort in de vleugelbocht worden strak langs het lichaam gedragen en dekken de rug gedeeltelijk af.
Er zijn zeven handpennen zichtbaar.
De staart is ongeveer 40 % van de totale lengte, gesloten en aan het einde afgerond.
De staart bestaat uit twaalf pennen, die trapsgewijs korter worden de twee bovenste pennen zijn het langst.
De onderzijde wordt afgeschermd door de onderstaart dekveren. 

3. Toelichting

In kwekerskringen werden soms allerlei fantasiebenamingen gebruikt op basis van bepaalde uiterlijke kenmerken van de Neophema’s.
In deze standaard is er naar gestreefd om de juiste benamingen te geven aan mutaties op basis van vererving en vederstructuur.
Deze termen zijn ook internationaal bekend en aanvaard.
Wij zijn er van overtuigd dat door het gebruik van de juiste namen er meer helderheid zal ontstaan.
De internationale terminologie is voor een belangrijk deel gebaseerd op de Engelse taal.
We kennen een groot deel van de Engelse termen al door de naamgeving bij andere vogelsoorten, o.a. Grasparkieten en Agaporniden.
Wij verwachten dan ook dat de kwekers na een overgangsperiode algemeen gebruik zullen gaan maken van de voorgestelde benamingen.
Om deze gewenning te vergemakkelijken hebben we hieronder een tabel met de nieuwe standaardnamen en de “oude namen” toegevoegd en staan tussen ( ).

4. Mutaties en Symbolen

Nieuwe Symbolen voor chromosomen: XX is veranderd in ZZ en XY is veranderd in ZW

Mutatie benaming Symbool English
Intermediair dominant verervende mutaties.(Roodbuik is geen mutatie maar om een selectie vorm).
Roodbuik RB Redbelly
     
Autosomaal dominant verervende mutaties
Grijsfactor G Dominant grey
Dominant bont Pi Dominant pied
     
Autosomaal onvolledig dominant verervende mutaties (of incompleet dominant).
Donkerfactor D Dark factor
Violetfactor V Violet factor
Misty Mt Misty
Dominant gezoomd Ed Spangle
Mottle (Bont) Opmerking: mottle vererft multifactorial Mo Mottle  
     
Geslachtsgebonden recessief verervende mutaties.
opaline Z op opaline (rose)
sl ino Z ino sl-ino (lutino)
platinum Z inopl platinum
pallid (Isabel) Z inopd pallid (isabel)
cinnamon Z cin cinnamon
     
Autosomaal recessief verervende mutaties
blauw (witborst) bl blue (whitebreasted)
turquoise (pastelblauw) bltq parblue (pastelblue)
aqua (zeegroen) blaq aqua (seagreen)
oranjeborst (bleekborst) ob yellow breast
nsl ino (geel) a nsl ino (lutino)(yellow)
palefallow (geelpastel) pf pale fallow (yellowpastel)(yellow)
bronzefallow (fallow) abz bronze fallow (fallow)
dunfallow adf dun fallow
pastel  apa pastel
dilute (overgoten) (geel) dil dilute (yellow)
grijsvleugel  dilgw greywing
recessief gezoomd sp recessive spangle
recessief bont s recessive pied
faded fd faded (recessive cinnamon)
melanistic (zwart) m melanistic (black)


5. De mutaties bij de Neophema''s en Neopsephotus.

Opmerking; onderstaande mutaties zijn nog niet bij alle soorten ontstaan, maar kunnen in de lijn der verwachting wel ontstaan. Achter elke factor is aangegeven waar ze al ontstaan zijn.


ROODBUIK (Opmerking: De Roodbuik is geen mutatie maar om een selectie vorm.)
Vererving: intermediair dominant
Symbool: RB
De Roodbuik zijn ontstaan bij de Turquoisine- en Splendid parkiet.
De Roodbuik veroorzaakt dat waar eerst geel zat nu rood zit.
Deze kleurslag is door selectiekweek bereikt.
Het begin is tussen de poten en loopt door een goede selectie door tot aan het masker.
De vererving is opmerkelijk, dit is intermediair dominant (zie opmerking), dit wil zeggen wanneer je een roodbuik x een niet roodbuik paart, dat alle jongen hieruit ook rood zullen tonen maar in mindere mate dan de ouder roodbuik.
Als je roodbuik in je kweeklijn hebt zitten krijg je dit er zeer moeilijk meer uit.
Er wordt nog maar 1 type gevraagd en dat is maximaal rood van onderstaart dek bevedering dus incl. aarsbevedering tot aan het masker.

GRIJSFACTOR
Vererving: autosomaal dominant
Symbool: G.
Mutatie van de vederstructuur.
De Grijs factor is al ontstaan bij de Turquoisine- , Splendid- en Elegant parkiet.
De grijsmutatie berust op een reorganisatie van de inwendige structuur van de baarden waarbij de sponszone en de medulla niet als zodanig meer herkenbaar zijn.
Er vindt daardoor geen verstrooiing (interferentie) van blauw licht plaats.
In de wildkleur, aqua, turquoise, en blauwserie wordt de kleurslag resp. Grijsgroen, Grijs aqua, Grijs turquoise en Grijs genoemd.

DOMINANT BONT
Vererving: autosomaal dominant
Symbool: Pi
Leucisme.
De dominant bonte is ontstaan bij de Turquoisine- , Splendid- en Elegant parkiet.
De dominant bonte zorgt voor een plaatselijk totaal ontbreken van eumelanine, met een min of meer vast patroon.
In tegenstelling van de recessief bonte is er bij de dominant bonte wel geslachtsverschil waarneembaar.

DONKERFACTOR
Vererving: autosomaal onvolledig dominant(of incompleet dominant)
Symbool: D voor een enkelfactor en DD voor een dubbelfactor (Double Dark)
Mutatie van de vederstructuur.
Is al ontstaan bij de Turquoisine parkiet, bij de Splendid parkiet nog geen Donkerfactor in Europa is, anders zou de
DD groen & DD blauw (mauve) er ook wel zijn.
Donkerfactor door verandering van de baardbouw, kleinere baarddiameter en minder diepe bewolkte zone vindt er meer absorptie van licht plaats, waardoor de totaalkleur donkerder groen wordt.
Bij een vogel met een dubbele donker factor D.D. zal de totaalkleur nog donkerder worden (Olijfgroen).
De diameter van de baarden wordt eveneens kleiner, hierdoor wordt de lichaamskleur donkerder.
Uit de paring donkerfactor x donkerfactor komen jongen met een dubbele donkerfactor DD, deze werden tot nu toe olijfgroen genoemd in de groen serie en DD blauw (mauve) in de blauw serie.
Het verschil tussen enkelfactorig en dubbelfactorig is zeer goed te zien.

VIOLETFACTOR
Vererving: autosomaal onvolledig dominant(of incompleet dominant)
Symbool: V
Mutatie van de vederstructuur.
Violet factorige zijn al ontstaan bij de Bourke- , Turquoisine- en Splendid parkiet.
Echte violette bestaan nu nog niet, want dan moet dit in combinatie gaan met 1 donkerfactor en de blauw factor, in principe zou deze momenteel enkel bij de Turquoisine parkiet kunnen, maar de blauwe is nog zo zeldzaam en de violetfactorige ook, dat deze nu nog niet aan elkaar gekoppeld zijn met een Donkerfactor.
Door een veranderde, veel fijnere structuur van de sponszone wordt door middel van interferentie violet licht in plaats van blauw licht teruggekaatst.
De werking van deze mutatie komt het best tot uiting in combinatie met één donkerfactor, in de blauw of turquoise serie
Met een enkele donkerfactor ontstaat het typische violet kleur.
Bij een DD blauw (mauve) is er nagenoeg geen effect, de violetfactor is dan moeilijk zichtbaar.
Bij vergelijking is de kleur een nuance donkerder dan zonder violetfactor factor erbij.
De violetfactor zal bij een intensieve blauwe Splendid parkiet met een DF violet goed zichtbaar zijn, dit kunnen mooie diep blauwe vogels zijn.
Vaak worden deze vogels aangezien voor kobalt maar zijn dat niet.
Bij de wildkleur Splendid parkiet worden vaak de violetfactorige vogels voor donkergroen aangezien.

MISTY
Vererving: autosomaal onvolledig dominant(of incompleet dominant)
Symbool: Mt.
Kwantitatieve reductie van het eumelanine met 20%.
De Misty is ontstaan bij de Blauwvleugel- , Splendid- en Turquoisine parkiet.
Ook de blauwstructuur wordt gereduceerd.

DOMINANT GEZOOMD
Vererving: autosomaal onvolledig dominant(of incompleet dominant)
Symbool: Sp
Kwantitatieve reductie van het eumelanine met 40-70%
Waarbij het ideaal een reductie van 50% is de variatiebreedte is echter groot.
De kleur van de pennen is typisch voor de pastelmutatie: licht bij de schacht, donkerder wordend naar de rand toe.
Vooral in de grote dekveren zien we de omzoming het best.
Deze is recent ontstaan bij de Splendid parkiet, maar er zijn nu nog te weinig gegevens over bekend om hem nu al in deze standaard te doen opnemen.

MOTTLE
Vererving: Multifactorial
Symbool: mo
Mottle mutatie is al ontstaan bij de Splendid- en Turquoisine parkiet.
De vogels worden normaal gekleurd geboren en worden na verloop van tijd steeds bonter dit kan variëren van 5% tot 98% bont.

OPALINE
Vererving: geslachtsgebonden recessief.
Symbool: Z op
Mutatie die de distributie van eumelanine en psittacine wijzigt.
De opaline factor is ontstaan bij de Bourke- , Splendid- en Turquoisine parkiet.
Typisch kenmerk is de blanke vleugelspiegel.
Ook een typisch kenmerk is dat de oorspronkelijke plaats van het geel en rood psittacine nu op andere plekken te voorschijn komt, of zelfs verdwijnt.
Bij de opaline Turquoisine parkiet zien we dat de rode vleugelbalk bij de man verdwijnt bij overjarige vogels en dat bij de pop nu wel een rode vleugelbalk verschijnt, in combinatie met de roodbuik en opaline factor krijgen ook de mannen weer rood op het rug/vleugeldek.
Ook bij de Bourke parkiet zien we een toename van het rood, geel en weer bij andere blauw bezit.
Er zijn opaline met heel veel blauw bezit en dit noem men de blauwe Bourke parkiet maar dat is grote onzin want ze hebben allemaal nog rood bij zich, en dat kan niet bij een blauwe Bourke.
Er zijn Bourke parkieten met heel veel blauw bezit en het is wel een prestatie om zulke vogels te kweken!

SL INO
Vererving: geslachtsgebonden recessief.
Symbool: Z ino
Kwalitatieve reductie van 95-99% eumelanine, ook in de ogen en de poten.
Is alleen ontstaan bij de Bourke, Splendid- en Turquoisine parkiet.
Een totale reductie van eumelanine in de gehele bevedering.
Het psittacine (rood en geel) wordt niet beïnvloed.
Deze sl-ino vormt met de pallid een meervoudige mutatiereeks.
Uit de paring sl-ino x pallid of net andersom worden de mannen als Pallidsl ino geboren.
Poppen kunnen nooit Pallidino zijn, uit nakweek van een PallidIno man komen wel zowel pallid als sl ino poppen.
(De PallidIno is geen gevraagde kleurslag).

PLATINUM
Vererving: geslachtsgebonden recessief
Symbool: Z inopl
Kwalitatieve reductie van 70-80% eumelanine, ook in de ogen en de poten, multiple allele met sl-ino
De platinum mutatie is tot nu toe alleen bij de Splendid parkiet ontstaan, deze werden tot nu toe ino-bruin en/of bruin-overgoten genoemd door de kwekers.
De platinum is een nieuwe mutatie bij de kromsnavels men dacht eerst dat het om een combinatiekleur ging.
Kweekuitkomsten hebben echter bewezen dat het om een primaire mutatie gaat.
De platinum veroorzaakt een kwantitatieve eumelanine reductie en is een meervoudige mutatiereeks van zowel de pallid als sl-ino. (De PlatinumSl-ino is geen gevraagde kleurslag).

PALLID
Vererving: geslachtsgebonden recessief
Symbool: Z inopd
Kwalitatieve reductie van 40-50% eumelanine, ook in de ogen en de poten, multiple allele met sl-ino.
Is al ontstaan bij de Splendid- en Bourke parkiet.
Deze mutatie veroorzaakt een kwantitatieve eumelanine reductie van 40-50%
De lichaamskleur wordt hierdoor een nuance lichter.
De reductie vindt ook plaats in de ogen en de ondersnavel en poten.
De kop is bij voorkeur zo licht mogelijk van kleur, zodat een zo groot mogelijk contrast ontstaat.
Opvallend is dat de pennen bij de schacht het donkerst zijn en naar de rand toe lichter worden.
Deze mutatie vormt een meervoudige mutatiereeks met de geslachtsgebonden ino.
Deze mutatie wordt dan ook veelvuldig in gekweekt.
Het resultaat is dat er veel vogels zijn met een te bleke lichaamskleur.
Noot: alleen mannen kunnen PallidIno zijn, poppen nooit!
Bij de Splendid parkiet is de pallidfactor een uitzondering, qua werking en verschijning, bij de Splendid parkiet, worden er uit pallid x sl ino, geen Pallidino mannen geboren, maar pallid mannen, welke split zijn voor sl ino, maar niet te onderscheiden zijn van een gewone pallid.
(De Pallidino is geen gevraagde kleurslag).

CINNAMON
Vererving: geslachtsgebonden recessief.
Symbool: Z cin
Kwalitatieve reductie van het eumelanine, dit is bruin in plaats van zwart van kleur.
De cinnamon is al ontstaan bij de Bourke- , Splendid- en Turquoisine parkiet.
Door een onvolledige oxidatie van het eumelanine wordt dit niet zwart maar blijft bruin van kleur.
De kleur die vervolgens ontstaat, is in grote mate afhankelijk van de concentratie eumelanine.
De lichaamskleur wordt een nuance lichter van kleur en is bruin bewaasd.
Op plaatsen waar een hoge concentratie eumelanine aanwezig is, zoals in de keeltekening, wordt de kleur donkerbruin tot zwartbruin.
De vogels worden geboren met rode ogen, welke na enkele dagen donkerder worden.

BLAUW
Vererving: autosomaal recessief.
Symbool: bl
Volledige reductie psittacine.
De blauwmutatie is tot nu opgetreden bij de Splendid- , Turquoisine- en Blauwvleugel parkiet.
De blauwmutatie veroorzaakt een totale psittacine reductie in de cortex.
Dat deze mutatie niet uitsluitend het gele psittacine reduceert blijkt uit de kleur van de rode veervelden.
Deze is wit in plaats van rood, of grijsachtig wanneer er ook een hoeveelheid eumelanine in dit veerveld zit.
De reductie beperkt zich dus tot de bevedering.
Ook bij de Bourke parkiet worden wel eens blauwe aangeboden, het betreft hier niet de blauwmutatie, maar een selectievorm, door uitbreiding van de blauwstructuur.
Al deze z.g. blauwe tonen nog steeds wat rood in de bevedering en bij een echte blauwe moet dit geheel verdwenen zijn.
Een echte blauwe Bourke parkiet zal grijsachtig wit van borst en buik moeten zijn.
Blauw, turquoise (pastelblauw) en aqua (zeegroen) zitten op het zelfde gen en zijn allele van elkaar.
De mutatie vormt een meervoudige mutatiereeks met blauw, waarbij het psittacine bezit codominant is.
De volgorde van dominantie in de verdeling is dus: aqua - turquoise - blauw.

TURQUOISE
Vererving: autosomaal recessief.
Symbool: bltq
Kwantitatieve reductie psittacine tot 75%, multiple allele van de blauwfactor
De turquoise mutatie is tot nu opgetreden bij de Splendid- en Turquoisine parkiet.
Deze mutatie zorgt ook voor een gedeeltelijke psittacine reductie.
Ideaal is wanneer deze reductie ongeveer minimaal 75 % is.
In de praktijk blijkt dat de voorzijde van de vogel sterker reduceert, ongeveer 80%, dan het rug en vleugeldek ongeveer 60%, dit geeft een grote variatie in kleur.
Een lastig punt bij deze kleurslag vormt de egaliteit, in het bijzonder op het rugdek.
Vanwege het internationale karakter van deze standaard van de Neophema''s is hier gekozen voor turquoise, een naam die in meerdere talen bekend is, de mutatie werd door de kwekers eerst pastelblauw genoemd.
De mutatie vormt een meervoudige mutatiereeks met blauw, waarbij het psittacine bezit codominant is.
De volgorde van dominantie in de vererving is dus: aqua - turquoise - blauw.

AQUA
Vererving: autosomaal recessief
Symbool: blaq
Kwantitatieve reductie psittacine tot 50% multiple allele van de blauwfactor.
De aqua is ontstaan bij de Splendidparkiet, zie ook turquoise
Aqua is de nieuwe internationale naamgeving, wat eerst zeegroen genoemd werd binnen de parkieten wereld.
De aqua factor zorgt voor een gedeeltelijke psittacine reductie voor ongeveer 50% door de gehele lichaamskleur, met uitzondering van het zwart eumelanine in de vleugel - en staartpennen.
Egaliteit is kweektechnisch het grootste probleem bij deze kleurslag in combinatie met de juiste kleurdiepte van 50% t.o.v. de wildkleur, maar is gemakkelijker te bereiken dan bij de turquoise.
De aqua vererft co-dominant over blauw, maar is een meervoudige mutatiereeks met de aqua, turquoise en blauw
Uit de paring aqua x turquoise of turquoise x blauw krijgt men de tussenkleuren wat niet gewenst is.
De aquaTurquoise en turquoiseBlauw zijn beide geen gevraagde kleurslagen).

ORANJEBORST
Vererving: autosomaal recessief
Symbool: ob
Kwalitatieve reductie van de rode psittacine.
De oranjeborst is tot nu toe alleen bij de Splendid parkiet ontstaan
Bij de oranjeborstfactor verandert alleen het rode psittacine, de mutatie wordt ook wel bleekborst genoemd.
De originele rode korrels veranderen/verkleinen zich van vorm, zodat het niet meer tot rood, maar okergeel tot oranje uitkleurt.
Met het gele psittacine gebeurt er niets t.o.v. de wildkleur.
Wel mag opgemerkt worden, dat het rugdek iets donkerder wordt.
Vaak wordt oranjeborst aangezien voor aqua de verschillen zijn ook erg klein.

NSL INO
Vererving: autosomaal recessief
Symbool: a
Kwalitatieve reductie van 90-99% eumelanine, ook in de ogen en de poten.
Deze factor is ontstaan bij de Elegant parkiet.
De werking is gelijk aan de sl-ino, wel zien bij de nsl-ino soms een iets grijze zweem onder de vleugels, staart en over de vogel heen, wat bij de geslachtsgebonden ino crème is.
De nsl-ino is een meervoudige mutatie reeks met de bronze fallow nsl-ino en bronzefallow zitten op het zelfde gen en zijn allele van elkaar.
(De BronzefallowNsl-ino is geen gevraagde kleurslag).

BRONZEFALLOW
Vererving: autosomaal recessief
Symbool: abz
Kwalitatieve reductie van 30-40% eumelanine.
De bronzefallow mutatie is al ontstaan bij de Bourke- , Splendid- , Turquoisine- en Elegant parkiet.
Het is het donkere type van fallow.
Vleeskleurige poten, ondersnavel donkerbruin, oogkleur rood met geelachtige iris, multiple allele met nsl-ino.
Noot: als je een bronzefallow x een palefallow paart krijg je hieruit alleen wildkleuren die voor beide factoren split zijn.
Het is af te raden om deze combinatie op te zetten, gezien dit een niet gevraagde kleurcombinatie is.
(De bronzefallowPalefallow is geen gevraagde kleurslag).

PALEFALLOW
Vererving: autosomaal recessief
Symbool: pf
Kwalitatieve reductie van 75-80% eumelanine.
De palefallow mutatie is al ontstaan bij de Bourke- , Splendid- , Turquoisine- en Elegant parkiet.
Het lichte type van de fallow.
Licht vleeskleurige poten, ondersnavel licht bruin, oogkleur helder rood zonder zichtbare iris.
De mutatie werd vroeger geelpastel of geel genoemd.

DUNFALLOW
Vererving: autosomaal recessief.
Symbool: df
Kwalitatieve reductie van 60% eumelanine.
De dun fallow mutatie is al ontstaan bij de Elegant- en Splendid parkiet
Het lichte type van de fallow.
Vleeskleurige poten, ondersnavel donker bruin, oogkleur rood zonder zichtbare iris.
Maar met een grijzer lichaamkleur dan de palefallow.

FADED
Vereving: autosomaal recessief.
Symbool: fd
Kwantitatieve reductie van 15%-20 % eumelanine.
De faded is ontstaan bij de Turquoisine- , Splendid- en Elegant Parkiet
Door de geringe reductie lijkt de faded op een te donkere pastel, het grote verschil is dat de vleugelpennen egaal gereduceerd
zijn t.o.v. de pastel donkergrijs.

GRIJSVLEUGEL
Vererving: autosomaal recessief
Symbool: dilgw
Kwantitatieve reductie van het eumelanine.
De grijsvleugel mutatie is al ontstaan bij de Elegant parkiet.
De vleugelpennen en tekening egaal gereduceerd tot bleek grijs
Of de naamgeving grijsvleugel de juiste is moet nog door vederonderzoek bewezen worden.

PASTEL
Vererving: autosomaal recessief
Symbool: apa
Kwalitatieve reductie van 40-50% eumelanine.
Is ontstaan bij de Elegant parkiet.
Het psittacine wordt niet aangetast door deze factor.
Kenmerken van deze factor zijn de opgebleekte vleugelpennen met een donkere zoom aan de buitenzijde.

DILUTE (OVERGOTEN)
Overgoten of dilute? Beide namen zijn juist. Als men internationaal wil gaan dan geniet "dilute" de voorkeur.
Vererving: autosomaal recessief
Symbool: dil
Kwantitatieve reductie van 70-80% eumelanine.
Het psittacine wordt niet aangetast door deze factor.
De vleugelpennen en tekening egaal gereduceerd tot zeer bleek grijs
Tot nu toe alleen bij de Turquoisine parkiet ontstaan, welke tot nu toe foutief als pastel omschreven werd en geel bij kwekers genoemd.

RECESSIEF GEZOOMD
Vererving: autosomaal recessief
Symbool: sp
Kwantitatieve reductie van het eumelanine.
Is ontstaan bij de Bourke parkiet
Ondanks dat de eerste kweek van deze mutant al weer ruim 40 jaar geleden is, kunnen we nog steeds niet vaststellen, om wat mutatie nu het exact gaat.
Van de 100 gekweekte recessief gezoomde is er niet een hetzelfde van kleur en tekening.
Hij heeft de namen als grizzle, geeldek, gezoomd en spangle in de loop der jaren mee gekregen, maar een aantal hiervan kunnen zo afgeschreven worden, gezien de autosomaal recessieve vererving van deze mutant, spangle en gezoomde vererven dominant en de naam geeldek is alleen bij de Bourke parkiet toe te passen, maar als er een blauwe zou ontstaan, zou je het witdek moeten noemen en we hebben er juist voor gekozen dat een naam voor een primaire mutant zowel in de groen als blauw serie moet kunnen worden toe gepast. Of de naamgeving recessief gezoomd de juiste is moet door vederonderzoek bewezen worden. Gezien de verschijningsvorm en vererving komt deze mutant hier het meeste mee overheen.
Bij de recessief gezoomd, valt direct op dat de kop nagenoeg gelijk gebleven is en dat de gehele rugzijde zeer sterk is gereduceerd en vooral de toppen van de veren nog donker van kleur blijven, als ook de schachten van alle veren.
De vleugelpennen zijn zeer sterk gereduceerd naar grijs en hier lijkt de pastel of grijsvleugel factor welke ook recessief vererven van toepassing te zijn. Allen zouden dan ook de kop en hoorndelen mee gereduceerd moeten zijn.
Opvallend is ook dat de hoorndelen gelijk blijven aan de ongemuteerde, als ook de voorhoofdsband en schedelkleur bij de mannen.
Ondanks het al lange bestaan van deze mutant zouden wij graag in kontact komen met de kwekers hiervan, om zo vederonderzoek te laten verrichten.

RECESSIEF BONT
Vererving: autosomaal recessief
Symbool: s
Leucisme
De recessief bont mutatie is al ontstaan bij de Turquoisine- en Elegant parkiet.
Een zeer onregelmatig bontpatroon dat ontstaat door het plaatselijk ontbreken van pigmentcellen.
Kenmerk is de afwezigheid van het geslachtsonderscheid. Bij deze mutant ontbreekt dus de typische man kenmerken.

MELANISTIC
Vererving: autosomaal recessief.
Symbool: m
Kwantitatieve plus mutatie.
De melanistic mutatie is al ontstaan bij de Turquoisine parkiet

Anatomie van de Neophema